KRIMPEN AAN DEN IJSSEL – Na de presentatie van het Lotte Stam-Beeseplein in deze gemeente vroeg Frank Druijff om een artikel over deze bijzondere stedenbouwkundige te schrijven in het voorjaarsnummer: Van Yssel Tot IJssel, uitgegeven door de Historische Kring Krimpen aan den IJssel (HKK).
Met dit artikel wil ik aandacht geven aan architect en stedenbouwkundige Charlotte (Lotte) Ida Anna Stam-Beese (1903 – 1988). Vijfentwintig jaar lang woonde zij in Krimpen aan den IJssel. Ondanks haar grote bijdrage aan de wederopbouw van Nederland is haar werk lang onderbelicht gebleven. Gelukkig komt daar verandering in. Lotte is namelijk een belangrijke figuur in de 20e-eeuwse architectuur.
Lotte
In dit artikel kies ik voor Lotte en niet voor ‘Stam-Beese’ of ‘mevrouw Stam-Beese.’ Dat doe ik om haar dichter bij de lezer te brengen. Voor velen in haar omgeving bleef ze echter ‘Mevrouw Stam-Beese’. Mensen die haar goed kenden zeggen dat ze naast dominante eigenschappen, een enorme blijdschap uitstraalde. Ze bezat veel kennis die ze gedreven probeerde te delen. Terugkijkend kunnen we niet anders concluderen dan dat haar prestaties ongekend waren.
Lotte woonde vanaf 1963 tot aan haar overlijden in 1988 in Krimpen aan den IJssel. Op IJsseldijk nummer 284 stond het dijkhuisje ‘Mijn genoegen’, gelegen naast de boerderijwoning van haar dochter, de kunstenaar Ariane. Het huisje vormde een contrast met de moderne flatwoningen in Overschie, het Zuidplein en vanaf 1960 aan de Mendelssohnlaan in Hillegersberg, waar ze eerder woonde.
De architect Reinier Stuffers, die zich als stedenbouwkundige heeft beziggehouden met het ‘verstedelijkte polderlandschap’ van Krimpen aan den IJssel, schrijft aan Arjan Bosker (directeur bij de gemeente Krimpen aan den IJssel):
“Ik ben wel een keer bij haar op bezoek geweest in de herfst van 1974. Ze wilde kennismaken met de ‘nieuwe’ stedenbouwkundige voor de gemeente.(…) Zij woonde vrijwel tegenover Rook, de betonmortelcentrale. Dat vond ze geen urgent probleem en zei: “De IJssel is een werkezel”, wat in haar tongval als een mooie alliteratie klonk.”
Het mengtaaltje dat Lotte sprak bevatte meer Duits dan Nederlands. Het werd in haar omgeving ook wel ‘Lottisch’ genoemd. Op 28 januari 1903 werd ze geboren in een spoorwegstation in het toen nog Duitse Reisicht Silezië. Haar familie zag dat als metafoor voor haar nomadische bestaan in de eerste helft van haar leven. Haar vader was een rijksambtenaar in dienst van de spoorwegen. Haar moeder een Poolse boerendochter. Lotte had een oudere broer en een zus.
Terugblikkend op haar jeugd vertelt ze dat, "haar ontwikkeling voor een belangrijk deel uit de verhouding met haar oudere zus bestond, die haar thuis en op school als toonbeeld van inschikkelijkheid en aangepastheid ten voorbeeld werd gesteld. Zo kon en wilde zij zelf niet zijn." Lotte had een grote ontdekkingslust en honger naar avontuur.
Oorlog
In augustus 1914 breekt de 1e wereldoorlog uit. Haar broer meldt zich dan als vrijwilliger bij het leger. De vaderlandsijver van haar vader slaat snel om als zijn zoon al in het eerste oorlogsjaar in Rusland sneuveltd. Lotte zal haar broer moeten missen. Duitsland verliest de oorlog. Het familiekapitaal verdampt door inflatie. De oorlog verandert het bestaan van miljoenen Europeanen.
Als Lotte 18 jaar oud is heeft ze een volstrekt onzekere toekomst voor zich, - “ik was losgeslagen, ontworteld en ontheemd.” Waar haar zus dan kiest voor de zekerheid van het huwelijk gaat Lotte haar eigen weg. "Ik at in gaarkeukens tussen hofdames van afgedankte vorstenhuizen, zwervers, oorlogsinvaliden en jonge kunstenaars. Soms raakte ik ongewild verzeild in straatgevechten en massademonstraties." Dit veranderde haar blik op de wereld.
In 1924, in een weefatelier in Dresden, hoorde ze over het bestaan van Bauhaus. Bij dit avantgardistische opleidingsinstituut, schreef ze zich in als student. De opleiding in Dessau gaf richting aan een functionele vormgeving in dienst van een harmonisch bestaan, of het nu meubels, serviesgoed of om complete huizen gaat. Het doel van Bauhaus was niet zozeer het zoeken naar een eigen stijl, maar wel het streven naar eenheid van alle kunsten in dienst van de architectuur. Hierdoor zou de kunstenaar aan het isolement ontkomen en in de toegepaste kunst werkzaam kunnen zijn.
Studietijd
Eenmaal aangenomen kreeg ze les in het weefatelier van de Duits-Zwitserse weefster en textielontwerper Gunta Stadler-Stölz (1897-1983), als onderdeel van de afdeling binnenhuisarchitectuur. Later volgde ze het vak architectuur bij de Zwitserse architect en urbanist Hans Emil (Hannes) Meyer (1889-1954), de toenmalige directeur van het Bauhaus. Met deze getrouwde man kreeg Lotte een relatie. Ondanks de progressieve sfeer van de school was deze relatie niet gewenst. Het was daarom beter dat ze op 1 januari 1929 het Bauhaus verliet, - zonder diploma.
Deze studietijd was voor Lotte van grote betekenis. “Mijn leven vanuit het Bauhaus is een eindeloos strijden als een Don Quichotte tegen windmolens. Het is je totale inzet, om alles ondersteboven te keren.” Haar foto’s van die tijd, die zij zelf als het minst belangrijk beschouwde, kregen in de jaren 80 veel waardering. Ze zijn o.a. opgenomen in collecties van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en The Museum of Modern Art, in New York.
In augustus 1930 werd Hannes Meyer vanwege zijn linkse ideeën bij het Bauhaus ontslagen. Teleurgesteld besloot hij een nieuw leven te beginnen in de Sovjetunie. Hij werd hoogleraar aan de Staatshogeschool voor Bouwkunde en Architectuur in Moskou en vroeg aan Lotte om ook te komen. Ze hield het er niet lang vol en keerde na heftige ruzies terug naar Brno. Daar werd in juli 1931 haar eerste kind, Peter (Beese) geboren. Nadat Lotte actief werd in de organisatie Levá Fronta (Links Front), waarin verschillende kunstenaars zich kritisch uitlieten over het opkomende nazisme, werd ze in 1932 Tsjechië uitgezet. Dan reist ze naar Charkov in Oekraïne.
Architect
In Charkov ontmoette ze de Nederlander Mart Stam, oud-docent van het Bauhaus. Ze werden verliefd en kregen een relatie. Hij hoorde bij de May-brigade: een groep architecten onder leiding van de Duitse architect en stedenbouwkundige Ernst May (1886 – 1970) die door de Russische overheid waren uitgenodigd om nieuwe industriesteden te realiseren en bestaande uit te breiden. In 1934 raakte Mart Stam in conflict met zijn opdrachtgevers en vroeg samen met Lotte een uitreisvisum aan. Vlak voor hun vertrek trouwden ze. In 1935 wordt hun dochter Ariane (Stam) geboren.
Samen richtten ze in 1936 te Amsterdam het Architectenbureau Stam en Beese op. In oktober 1940, dus op haar 37ste, begon Lotte aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst om alsnog haar officiële architectentitel te halen. Toen Mart Stam tijdens de oorlog een relatie kreeg met een joodse onderduikster, was het huwelijk in 1943 voorbij. Lotte bleef zich Stam-Beese noemen vanwege de naamsbekendheid. Haar docent de architect Willem van Tijen (1894-1974) bood tijdelijk onderdak aan. Bij hem studeerde ze in oktober 1945 af als architect.
In 1946 kreeg Lotte een baan bij de Dienst voor Stadsontwikkeling en Wederopbouw in Rotterdam. Als stedenbouwkundig hoofdarchitect werkte ze samen met stedenbouwkundige Cornelis van Traa (1899-1970) aan het Basisplan voor de Wederopbouw van Rotterdam. In deze positie drukt ze een groot stempel op de stad. Haar belangrijkste stedenbouwkundige ontwerpen voor Rotterdam zijn: Kleinpolder (1947-1952), Pendrecht (1949-1952) en Alexanderpolder/Ommoord (1957-1971).
Het Nieuwe Bouwen
Lotte was een uitgesproken vertegenwoordigster van het Nieuwe Bouwen, met de nadruk op functionalistische stedenbouw, eenvoudige geprefabriceerde woningen in stroken, open wijken met veel ruimte voor groen, huizen georiënteerd op de zon. Directeur van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) Saskia van Stein schrijft me: “Als vrouwelijke stedenbouwkundige in de wederopbouw tijd was ze een markant figuur die met haar stempel -ontwerp- ideologie het verschil wilde maken voor velen.” In het groen van de wijk Kleinpolder introduceerde ze het woonpad in Nederland. Dit was nieuw omdat zo de toegang tot woningen niet meer per se aan de straatkant lag.
Het meest beroemd werd Pendrecht om zijn unieke plattegrond met de zogenoemde stempel. Die stempel is een rechthoek van vijf woonblokken, een vorm die Lotte voortdurend op de plattegrond herhaalde (alsof ze een stempel zette). Elke rechthoek bevatte woningtypen voor gezinnen, bejaarden en alleenstaanden. Ze wilde er zo voor zorgen dat overal verschillende soorten mensen bij elkaar wonen. In Rotterdam was iedereen bevangen door het optimisme van de wederopbouw. Aan nostalgie, dat nu een belangrijke factor is bij nieuwbouw, had toen niemand behoefte. Na de trauma’s van de oorlog overheerste de wens om vooruit te kijken - het modernisme hoorde daarbij.
In 1968 ging ze formeel met pensioen, maar ze bleef nog drie jaar halve dagen werken voor de Dienst. In die tijd hield ze zich bezig met het uitbreidingsplan van Rotterdam-Oost/Capelle aan den IJssel. In deze studies wordt gesproken over een sub-city voor 175.000 bewoners en gedacht aan een uitbreiding in de gemeente Krimpen aan den IJssel. Op schetsen uit 1960 is een tweede oeververbinding naar het dorp te zien. Ook de metrolijn van Capelle aan den IJssel wordt in een lus doorgetrokken naar Krimpen. Voor het dorpshart van Krimpen betekende dit het einde van een zwoele nacht in T’Enge en een hoopvol nieuw begin van winkelcentrum de Crimpenhof.
Een Lotte Stam-Beesetuin
In 1968 ontving zij de Wolfert van Borselenpenning. Een jaar later werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Vanaf 1971, nu écht met pensioen, legde ze zich toe op het ontwerpen van tuinen voor vrienden en kennissen. In de biografie, geschreven door cultuurhistoricus Hanneke Oosterhof, is te lezen: "De tuin (700m2) die Lotte ontwierp voor de familie Vreugdenhil bij hun nieuwe bungalow 'Opus vier' in Krimpen aan den IJssel, is tot op heden nog behoorlijk intact. (2018) De bungalow was onderdeel van een serie van 27 bungalows op het wooneiland Langeland, naar ontwerp van architect A. van der Lek uit Capelle aan den IJssel.” Dat zou volgens kenners aan de Burgemeester Lepelaarssingel moeten zijn. Andere voorbeelden waar haar gedachtegoed vandaag zichtbaar is, zijn de knikflats en de autovrije paden tussen woonblokken.
Inmiddels was er ook kritiek gekomen op het functionalistische Nieuwe Bouwen. Woonerven en de zogenoemde bloemkoolstructuur met rondlopende straten kwamen begin jaren zeventig in zwang. Dit was een architectuur die Lotte beslist niet kon bekoren. In de nadagen van haar carrière was er nog maar weinig belangstelling voor haar werk. Dat leidde tot isolement. Als Lotte op 18 november 1988 overlijd is ze 85 jaar.
Erfenis
In 1992 werd er in Rotterdam een straat naar haar genoemd. Op dit moment zijn er in Rotterdam Ommoord intenties om Lotte een ode te brengen met een gedenkteken. In Krimpen aan den IJssel zijn (op het Koningshuis na) geen straten naar belangrijke vrouwen genoemd. Mij is vertelt dat er ook geen vrouwen op het straatnamenlijstje van de gemeente staan voor toekomstige straten. Het huisje van Lotte, dat naar haar ontwerp werd aangepast, werd onlangs gesloopt. Wat nog over is zijn twee omslagen met tekeningen en documentatie bij het Nieuwe Instituut in Rotterdam.
Samen met de gemeente Krimpen aan den IJssel presenteerde ik onlangs het 'Lotte Stam-Beeseplein.' Dit is een dorpsplein dat (nog) enkel bestaat in de wereld van onze verbeelding. Aan ons de mogelijkheid om het gedachtegoed van Lotte verder te ontwikkelen. Wanneer de geprivatiseerde ruimte niet meebeweegt met de wensen van deze tijd, moeten we onze idealen door de lucht eroverheen bouwen. Vanuit een ongekend optimisme kunnen we samenwerken aan ruimtes, - voor het één en het ander.
Edwin Stolk – beeldend kunstenaar
Deze tekst schreef ik in de context van mijn onderzoek cardio_visie 2024, een zoektocht naar het gezicht van Krimpen aan den IJssel met De Voorstelling 2025 en de presentatie van het denkbeeldige Lotte Stam-Beeseplein 2025/2026.
Bronnen:
Boek: ‘Want de grond behoort ons allen toe’, Leven en werk van stedenbouwkundig architecte Lotte Stam-Beese
Auteur : Hanneke Oosterhof
Uitgever : Vantilt
Publicatiedatum : 2018
ISBN: 978-94-6004-400-7
Boek: Lotte Stam-Beese, 1903-1988: Dessau, Brno, Charkow, Moskou, Amsterdam, Rotterdam
Auteurs: Anne-Mie Devolder, Hélène Damen en Lotte Stam-Beese
Uitgever : Uitgeverij De Hef
Publicatiedatum : 1993
ISBN: 90-6906-014-0
